Praktische informatie Madagascar

In Madagascar is het gedurende onze zomertijd een uur later dan in Nederland. In de winter is het er twee uur later. Afhankelijk van je vlucht is het ongeveer 13 uur vliegen naar Antananarivo. In de meeste gevallen vlieg je overdag en kom je in de avond aan.

Wat voor weer is het?
De meeste families zullen de reis naar Madagascar maken in de meivakantie of in de zomer. Wij bieden geen reizen naar Madagascar aan in de kerstvakantie. Het kan dan hevig regenen en stormen. Wegen worden onbegaanbaar en binnenlandse vluchten worden gecancelled.
Zowel in mei als in juli/augustus is het in Madagascar prachtig weer. Het regent er zelden, de zon schijnt aan de strak blauwe hemel en de temperatuur varieert van 20-25 graden Celsius.  In het binnenland kan het ‘s ochtends en ‘s avonds nog wel koud zijn, rond de 10 graden. De verschillen tussen dag en nacht temperatuur zijn het grootst in Zuid Madagascar. Warme kleding is zeker geen overbodige luxe. Aan de kust en op Sainte Marie eiland blijft de temperatuur ook ‘s nachts aangenaam. Gewoon een heerlijk zomers klimaat dus.

Wat eten ze in Madagascar?
Het eten in Madagascar is niet één van de hoogtepunten. Het is niet vies, maar ook niet bijzonder. Kinderen zullen het wel lekker vinden, want het is wat flauw van smaak. En zo niet: er valt bijna overal wel patat te krijgen. In de hotels is er meestal een a la carte menu. Op veel menu’s staat kip of varkensvlees met rijst en bonen. Bij veel gerechten serveren de Malagasi een pittige groentechutney.
Je kunt er heerlijk fruit eten. Er zijn tientallen varianten bananen en allemaal even lekker en zoet. Aan de kust is er, uiteraard, verse vis.

Niet alle maaltijden zijn inbegrepen in de reissom. Uit eten gaan in Madagascar is echter goedkoop. Reken op ongeveer vier euro per persoon voor een hoofdgerecht. In de afgelegen gebieden en in de hotels kan het wat duurder zijn, vanwege gebrek aan concurrentie.
Rijstwater is de nationale drank. Hier moet je even aan wennen, maar het is in ieder geval goed tegen eventuele darmklachten. Huisgemaakte yoghurt kun je er ook krijgen. We hebben wel eens gehoord, dat je de plaatselijke yoghurt moet eten om je darmflora aan te laten passen aan het lokale eten. Het schijnt te helpen en het is nog lekker ook.
Op straat kun je verder overal een soort rijstbrood krijgen en de nationale snack Koba, een paté van bananen, pinda’s en rijst.
Tot slot: de koffie in Madagascar is erg goed. Geen oplostroep, maar wel erg zoet met gecondenseerde melk. Als je geen melk wilt, zeg het dan op tijd.

Welke taal spreken ze?
In Madagascar spreken de mensen één taal : het Malagassisch. Dit is behoorlijk uitzonderlijk voor een Afrikaans land, waar meestal tientallen verschillende stamtalen worden gesproken. Er is hier echter maar één echt grote stam, de Merina. Daarnaast spreken sommigen ook Frans. Met Engels kun je terecht bij de hotels. Malagassi vinden het erg leuk als je wat woordjes in hun taal spreekt. Het is overigens geen makkelijke taal, en je spreekt de woorden vaak heel anders uit dan dat je ze schrijft. Bijvoorbeeld het woord tompoko (toem-poek), wat zoveel betekent als mevrouw of meneer.

Bedelen
In Madagascar kun je bedelende mensen tegenkomen. Ook kinderen bedelen er. Ze vragen bijna altijd om geld of iets te eten. Als je iets wilt geven, geef dan iets te eten zoals een banaan of brood. Hier zijn ze meestal heel gelukkig mee. In Madagascar is de nood bij sommige mensen hoog. Hoger dan in andere Afrikaanse landen. Geef liever geen geld.  Bedelen wordt hiermee beloond en de kinderen gaan niet meer naar school. Het geven van snoep raden we echt heel erg af. Tandartszorg is in Madagascar veelal afwezig en sommige kinderen hebben niet eens een tandenborstel. Willen jullie toch iets doen voor de lokale kinderen, bespreek dit dan met de reisleiding. Zij kunnen je misschien een goed project laten zien of kennis laten maken met het lokale schoolhoofd.

Lokale gewoontes
De Madagassische omgangsvormen zijn doorspekt van “fadi’s” oftewel taboes. Het is onmogelijk om te weten wat taboe is bij welk dorp of familie. Iedereen heeft weer andere taboes. Meestal zal de gids jullie hierover informeren. Zo niet, vraag ernaar. In één dorp is het bijvoorbeeld taboe om de hand te schudden. Toeristen wordt echter veel vergeven.
In de meeste dorpen is het gepaster om een lange broek te dragen. Hierdoor zal het contact met de lokale bevolking ook wat gemakkelijker verlopen.